logo-mini

ZorgGON

  1. Wat is GON?

Leerlingen met een beperking (een handicap of leer- en opvoedingsmoeilijkheden) moeten de kans hebben om les te volgen in een gewone school. Hier bestaat extra begeleiding voor vanuit het buitengewoon onderwijs: GON-begeleiding. GON staat voor ‘geïntegreerd onderwijs’. Het houdt in dat een personeelslid van een school voor buitengewoon onderwijs hulp biedt in een school voor gewoon onderwijs. Deze hulp is kosteloos voor de ouders.

Deze hulp of begeleiding kan verschillende vormen aannemen:

  • een aantal uren hulp voor het kind zelf, bijvoorbeeld helpen inzicht te verwerven in de beperking, de leerstof herhalen, hulp bij plannen van examens of taken, oefenen van sociale vaardigheden…
  • ondersteuning aan de ouders, bijvoorbeeld informatie uitwisselen, de samenwerking ouders/school bevorderen…
  • ondersteuning van de leerkracht(en), bijvoorbeeld informatie geven over de beperking, raad geven ivm de aanpak van bepaalde schoolse situaties…
  • specifiek (les)materiaal aanmaken, bijvoorbeeld hulpmiddelen aanpassen, stappenplannen maken…
  • ....

Welke hulp precies wordt aangeboden, wordt in overleg bepaald. De ouders, de leerling, de school voor gewoon onderwijs en het CLB bespreken de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling. De school voor buitengewoon onderwijs neemt de finale beslissing. Welke begeleiding nodig is en hoe die zal verlopen, wordt vastgelegd in een zogenaamd ‘gemotiveerd verslag’.

GON-leerlingen met een ernstige beperking hebben elk jaar recht op 2 tot 4 eenheden GON-begeleiding (naargelang de beperking) voor zover dit nodig is. Leerlingen met een matige beperking krijgen 1 tot 2 eenheden GON-begeleiding per week gedurende maximaal 2 jaar per onderwijsniveau.

De begeleidingseenheden kunnen zowel leerkracht- als leerlinggericht ingezet worden. Het is de bedoeling dat, als leerlingen geen recht meer hebben op GON, de school en de leraren verder op een kwaliteitsvolle manier onderwijs kunnen bieden aan de leerling met een beperking.

In het overgangsjaar zal de begeleiding flexibel ingezet kunnen worden. Dit betekent dat de frequentie van de begeleiding verhoogd of verlaagd kan worden, naargelang de noden.

  1. Voor wie is GON er?

GON-begeleiding is mogelijk voor:

  • leerlingen in het basisonderwijs en in het secundair onderwijs in Vlaanderen of Brussel
  • studenten in een hogeschool en in het hoger beroepsonderwijs (georganiseerd door een school voor voltijds secundair onderwijs) in Vlaanderen of Brussel

GON-begeleiding kan:

  • binnen het gewone leerprogramma. Dit is het geval voor kinderen met een beperking die voldoen aan de toelatings- en overgangsvoorwaarden van het gewoon onderwijs. Zij volgen het gemeenschappelijk curriculum. In een gemotiveerd verslag staat welke specifieke onderwijsbehoeften er zijn.
  • binnen een individueel aangepast programma. Dit is het geval voor kinderen met een beperking voor wie een specifiek leertraject wordt uitgezet. Zij beogen niet dezelfde leerdoelen. Ze hebben een verslag buitengewoon onderwijs dat hen toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs, maar ze kiezen voor een school in het gewoon onderwijs.
  • voor leerlingen die overstappen van het buitengewoon onderwijs naar het gewoon onderwijs. Voor leerlingen uit het type ‘basisaanbod’ (zie hieronder) en het type 3 (leerlingen met een emotionele of gedragsstoornis) geldt als voorwaarde dat ze minstens 9 maanden voltijds buitengewoon onderwijs in dat type moeten gevolgd hebben. Voor leerlingen uit de andere types buitengewoon onderwijs, geldt deze voorwaarde niet.

Type basisaanbod is sinds 1 september 2015 de nieuwe benaming voor:

  • Type 1: kinderen met een lichte mentale handicap
  • Type 8: kinderen met ernstige leerstoornissen
  • Opleidingsvorm 3, type 1 in het buitengewoon secundair onderwijs
  1. Hoe kan je GON aanvragen?

Het initiatief om GON-begeleiding aan te vragen, kan uitgaan van de leerling zelf, de ouders, een school, een CLB of een combinatie van de betrokken personen.
De ouders, de leerling, de school voor gewoon onderwijs, de begeleidende school voor buitengewoon onderwijs en het CLB maken afspraken over de begeleiding. Deze afspraken komen in een gemotiveerd verslag (als de leerling het gewone leerprogramma volgt), of in een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs (als de leerling een individueel aangepast programma volgt).

Het gemotiveerd verslag voor de GON-begeleiding wordt opgesteld door het CLB. De criteria zijn strenger geworden. Zo zal het CLB eerst nagaan welke ondersteuning de school reeds zelf geboden heeft. En hoewel het uitgangspunt de behoeften van de leerling (of leraar) zijn, is er toch een medische diagnose vereist (met uitzondering van het type basisaanbod en type 2 voor kinderen met een verstandelijke beperking). Geen officiële diagnose betekent in de andere gevallen: geen extra ondersteuning via GON.

  1. Regelgeving in het overgangsjaar 2016-2017

Het schooljaar 2016 - 2017 wordt een overgangsjaar voor het GON-onderwijs. Hierdoor zijn er volgend schooljaar een aantal wijzigingen:

  • een aantal middelen worden samengevoegd (nl. het GON-pakket op basis van de telling van 1/10/2014, de GON-afwijkingslestijden en uren ASS en de lestijden/lesuren ION type 2 situatie schooljaar 2015-2016);
  • de toekenning van de GON-ondersteuning zal niet meer rechtstreeks gebeuren naar de dienstverlenende scholen voor buitengewoon onderwijs, maar via netgebonden commissies, die rekening houden met prioriteiten;
  • de toekenning gebeurt in 2 schijven: een schijf voor de leerlingen die gekend zijn voor juni 2016, en een schijf voor de leerlingen die gekend zijn ten laatste op de teldag op 1 oktober 2016;
  • het GON-onderwijs kan flexibel ingezet worden naar aantal eenheden per leerling, duur en intensiteit, focus van de ondersteuning,...

Als er één ding duidelijk is, dan is het wel dat deze regelgeving complex is. Het is zaak voor scholen en CLB’s om goed te communiceren met ouders. Wat betekenen de nieuwe maatregelen voor hun kind? Is er nog wekelijks GON-begeleiding voor hun kind of wordt die anders ingezet nu er flexibel mee omgegaan kan worden? Wanneer wordt de voorziene 2 jaar GON per onderwijsniveau best ingezet?

  1. Waarborgregeling

5.1 M-decreet
Door de invoering van het M-decreet gaan er minder leerlingen naar het buitengewoon onderwijs en groeit de nood aan ondersteuning in het gewoon onderwijs. Daarnaast heeft het buitengewoon onderwijs ook een enorme expertise opgebouwd die men niet wil laten verloren gaan.
Daarom voorziet het M-decreet een ‘waarborgregeling’ bij een daling van het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs. De middelen die hierdoor vrijkomen, zullen opnieuw ingezet worden voor de ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en hun leraren.

5.2 Pré-waarborgregeling in 2015-2016
In het schooljaar 2015-2016 werd al een ‘pré-waarborgregeling’ opgestart in het basisonderwijs. Er werd een daling van het aantal leerlingen genoteerd van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs, zodat er 180 personeelsleden werden ingezet in het gewoon onderwijs.
In het Katholiek Onderwijs werd daarom het voorbije schooljaar het pilootproject ‘Samen sterker op de klasvloer’ gestart. Personeelsleden (leerkrachten en paramedici) uit een pilootschool buitengewoon onderwijs werden via co-teaching ingezet op de klasvloer in scholen voor gewoon basisonderwijs. Zij staan samen met de leerkracht van het gewoon onderwijs als gelijkwaardige partners voor de klas.

5.3 Waarborgregeling 2016-2017
Uit de telling van 1 februari 2016 is gebleken dat de daling van het leerlingenaantal in het buitengewoon basisonderwijs zich doorzet. Er zal bijgevolg ook in het schooljaar 2016-2017 een waarborgregeling zijn in het basisonderwijs. Het aantal personeelsleden dat ingezet wordt, stijgt volgend schooljaar naar 370. Er zijn dus meer projecten mogelijk!
Het Katholiek Onderwijs Vlaanderen kiest er voor om het project ‘Samen sterken op de klasvloer’ verder te zetten en uit te breiden met nieuwe pilootscholen. Daarnaast zullen er ook nieuwe projecten georganiseerd worden zoals ‘BuBao in duo met BaO’. Dit is een continuüm van ondersteuning via een geïntegreerde werking op de klasvloer vanuit een samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs.